Binnen de literatuur is weinig terug te vinden over de emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking. Nochtans zou ons dit kunnen helpen om duidelijk te maken waarover we precies praten, en zou het ons een gemeenschappelijke taal kunnen geven. In deze vorming staan we daarom achtereenvolgens stil bij wat emoties, gevoelens en affecten zijn. Dit, samen met de behoeften die eruit voortkomen, motiveren mensen namelijk tot bepaalde gedragingen. En deze gedragingen proberen wij in onze ondersteuning te sturen, te stimuleren of net te minderen. Het ontwikkelingsdynamisch kader helpt hierbij om na te gaan of deze gedragingen aangepast zijn, afwijkend of bijna ziekelijk anders zijn. En daarnaast gaan we ook na of de gedragingen die we zien, overeenstemmen met de cognitieve ontwikkeling.